Koelvries carrosserie kiezen: van rit tot ATP-klasse

Bekijk alle foto's (2)

Koelvries carrosserie kiezen: zo bepaalt uw rit de juiste opbouw

Een koelvries carrosserie kiest u niet op het merk van de koelmachine. Uw rit en uw lading bepalen welke opbouw u nodig heeft: welke temperatuur het product vraagt, hoeveel stops u per dag rijdt, of koel en vries in dezelfde rit voorkomen en hoe u laadt en lost. Wie daar eerst naar kijkt, voorkomt een specificatie die op papier klopt maar in de praktijk net niet past.

Vervoert u verse producten met veel lossingen per dag in de stad? Dan telt elke deuropening en elke minuut dat de laadruimte openstaat. Rijdt u diepvries over lange afstand? Dan draait het om isolatie, een constante temperatuur en deuren die dicht blijven. In beide gevallen is de volgorde hetzelfde: eerst het temperatuurprofiel van uw lading, daarna opbouwtype, isolatieklasse en uitrusting. Wij leveren koel- en vriesopbouwen voor bestelwagens, bakwagens en opleggers. Een overzicht van ons aanbod vindt u op de pagina over geconditioneerde carrosserie.

Begin bij uw lading: welke temperatuur heeft die nodig?

De ATP, het internationale verdrag over het vervoer van bederfelijke levensmiddelen, werkt met maximumtemperaturen op elk punt van de lading. Een paar voorbeelden uit de bijlagen bij dat verdrag:

Lading Maximale temperatuur
Snelgevroren producten, inclusief vis -18 °C
Roomijs -20 °C
Rood vlees +7 °C
Gevogelte, wild en konijn +4 °C
Gehakt +2 °C

 

Koelverse producten mogen nergens in de lading bevriezen. Daarom vraagt een gemengde rit met verse en diepvriesproducten om een scheiding in de laadruimte. De volledige lijst staat in de ATP-tekst.

Deze maxima gelden voor internationaal vervoer onder ATP. Bepaal ook voor binnenlandse ritten welke temperatuur uw lading vraagt, voordat u naar isolatieklasse en koelmachine kijkt.

Bakwagen, oplegger of bestelwagen

Het voertuigtype volgt uit het volume, het gewicht en de manier van lossen.

Bestelwagen

Voor kleinere volumes werkt een isolatiekit. Wij leveren onder meer de Kerstner koeling en de EASYFIT-isolatieset; die laatste krijgt afhankelijk van de koelgroep de ATP-aanduiding FNAX of FRCX. Bij de EASYFIT-set kan de originele zijdeur blijven zitten. Voor een kaashandelaar combineerden wij in een Vito een Kerstner isolatiekit met een volledig elektrische Kerstner-koelmachine.

Bakwagen

Het Lamberet-programma Frigoline is ontwikkeld voor 3,5 tot 7,5 ton, Frigoline-city voor stedelijk transport in het traject van 7 tot 12 ton. Voor een specialist in levensmiddelen bouwden wij een Frigoline-city laadbak met twee compartimenten op een BE-combi: te rijden met een BE-rijbewijs, met 2.350 kg laadvermogen en een achtersluitende laadklep.

Oplegger

Lamberet levert koelopleggers, ook wel koeltrailers genoemd, in varianten voor lange afstand, voor intensieve distributie, voor hangend vlees en voor laden op twee niveaus. Voor de stad zijn er gestuurde City-Frigo-opleggers in 10,10, 11,20 en 13,60 meter, mono- of multi-temp. Wilt u via de volledige zijkant laden, dan is Ekeri een optie: dit Finse merk is gespecialiseerd in zijbelading en wij leveren het in Nederland.

Isolatie en ATP-klasse: wat betekenen FNA en FRC?

De isolatiekwaliteit van een geïsoleerde carrosserie wordt uitgedrukt in de K-waarde. Die zegt hoeveel warmte per vierkante meter per graad temperatuurverschil door wanden, vloer en dak lekt. Hoe lager, hoe beter de opbouw zijn temperatuur vasthoudt en hoe minder werk de koelmachine heeft.

ATP onderscheidt twee isolatieniveaus:

  • Normaal geïsoleerd: K-waarde maximaal 0,70 W/m²·K.
  • Versterkt geïsoleerd: K-waarde maximaal 0,40 W/m²·K, met zijwanden van minimaal 45 mm bij voertuigen breder dan 2,50 meter.

Daar bovenop staan de temperatuurklassen voor mechanisch gekoelde voertuigen:

Klasse Binnentemperatuur Minimale isolatie
A +12 tot 0 °C normaal
B +12 tot -10 °C versterkt
C +12 tot -20 °C versterkt
D 0 °C of lager normaal
E -10 °C of lager versterkt
F -20 °C of lager versterkt

 

Twee aanduidingen helpen u bij de keuze tussen koel en vries. FNA is klasse A met normale isolatie: geschikt van +12 tot 0 °C, dus voor gekoeld transport. FRC is klasse C met versterkte isolatie: van +12 tot -20 °C, dus voor koel én diepvries. Zodra diepvries onderdeel van uw werk is, is FRC de logische keuze. Voor puur gekoeld werk is FNA voldoende.

Nog twee aanduidingen. FNAX of FRCX betekent dat de compressor door de voertuigmotor wordt aangedreven; u ziet die bijvoorbeeld bij isolatiekits voor bestelwagens. Een opbouw met twee compartimenten krijgt beide aanduidingen; bij meer compartimenten komt de hoogste klasse met de letter M erachter.

Het certificaat. Gebruikt u een koelvoertuig voor vervoer in of naar het buitenland, dan heeft u volgens de RDW een ATP-certificaat nodig. De RDW keurt het voertuig en verlengt het certificaat. Een nieuwe laadruimte krijgt een certificaat dat zes jaar geldig is. Daarna wordt het elke drie jaar vernieuwd. Bij een voertuig van twaalf jaar of ouder moet eerst de K-waarde opnieuw worden gemeten bij Wageningen University & Research (WUR). Het certificaat moet in het voertuig aanwezig zijn. Buitenlandse autoriteiten controleren erop, en zonder geldig certificaat riskeert u hoge boetes. De actuele procedure en documenten staan op de RDW-pagina over koeltransport.

Die cyclus van zes en drie jaar maakt isolatiekwaliteit een beslissing voor de lange termijn. Bij elke herkeuring moet de opbouw zijn klasse opnieuw waarmaken, en vanaf twaalf jaar volgt eerst een nieuwe K-meting.

Koel, vries of multi-temp

Vervoert u verse en diepvriesproducten in één rit, dan heeft u een multi-temp opbouw nodig: één laadruimte met meerdere compartimenten, elk op een eigen temperatuur. Een tussenschot of tussenwand scheidt de compartimenten. Die scheiding kan vast zijn, of verplaatsbaar en opklapbaar, zodat u de indeling per rit aanpast. Lamberet heeft daarvoor ook het Ergowall-systeem, met waterdichte, instelbare en verplaatsbare scheidingen.

Wisselt de verhouding tussen koel en vries per rit, kies dan voor een verplaatsbaar tussenschot. Rijdt u steeds dezelfde verdeling, dan kan een vaste indeling volstaan.

Twee voorbeelden uit onze projecten. Voor Cool Runnings bouwden wij een Lamberet koel-/vriesopbouw op een Mercedes-Benz Sprinter BE-combinatie, met een compartiment van 1/3 en een van 2/3. Een verplaatsbaar en opklapbaar tussenschot sluit het vriesgedeelte af, en twee zijdeuren geven toegang tot zowel het vries- als het koelgedeelte. De Ekeri FRC multi-temp oplegger die wij aan Nord-Cargo leverden, heeft vijf zijdeuren aan de linkerkant; hij rijdt naar Spanje en lost daar op vliegvelden.

Deuren, vloer en laden en lossen: afgestemd op uw stops

Veel stops per dag. Elke deuropening kost koude lucht. Een luchtgordijn bij de achterdeuren houdt de koude lucht tijdens het laden binnen, waardoor de koelmachine minder hoeft terug te koelen. Vlakke achterdeuren met ingebouwde sloten leveren enkele centimeters extra binnenruimte op. Een achterdeur die 270 graden open kan, draait ruim weg van het achterkader, wat schade aan deuren en rubbers beperkt.

Lossen in de avond en nacht. Dan spelen geluidseisen. PIEK staat voor stil laden en lossen in de avond en nacht: het certificaat wordt afgegeven nadat met een meting is aangetoond dat het voertuig binnen de normen blijft. Lamberet-opbouwen zijn in PIEK-uitvoering leverbaar. Ook een roldeur is mogelijk. In een van de Lamberet-opleggers voor Nord-Cargo zit een PIEK-gecertificeerde roldeur met ATP-klasse C, dus geschikt voor diepvries, optioneel met verwarming in het kader tegen vastvriezen.

Vaste laad- en lossystemen. Bij een vaste route met vaste laadmiddelen kan de vloer worden uitgerust met rollenbanen of kettingbanen. Met rollenbanen schuift u pallets tot ver in de oplegger. Kettingbanen laden en lossen automatisch, zoals in de Lamberet Greenliner voor een 24/7-pendel van Partner Logistics. Met een dubbelstock, een tweede laadvloer, laadt u pallets op twee niveaus. In de Ekeri FNA-koeloplegger met 2.650 mm inwendige hoogte die wij leverden, gaan zo 66 pallets per lading mee.

Nat product. In de bakwagen voor vistransport van E-fish is de vloer volledig glad, met afwaterpunten en achteraan een slang met kraan.

Laadklep. Op een koelopbouw past een onderschuivende of een achtersluitende laadklep. Ook een laadklep op een koelopbouw heeft onderhoud en een periodieke keuring nodig. Meer daarover leest u op onze pagina over de periodieke keuring van laadkleppen.

De koelmachine: aandrijving en registratie

De koelmachine is het laatste onderdeel van de keuze, niet het eerste. Bij bestelwagens en lichte bakwagens kan de voertuigmotor de koelmachine aandrijven; dat is de X in FNAX of FRCX. Er zijn ook volledig elektrische uitvoeringen, zoals de Kerstner-koelmachine in de Vito voor een kaashandelaar. Trailerunits kunnen met een eigen brandstoftank werken; bij de oplegger met rollenbanen voor RTR is dat een aluminium tank van 240 liter.

Voor snelgevroren producten onder ATP is een temperatuurregistratie verplicht. In de bakwagen voor E-fish legt een temperatuurrecorder met online portaal de temperatuur vast.

Farma vraagt meer. Voor geneesmiddelen geldt de Good Distribution Practice, kortweg GDP. Daarin staat dat de temperatuur tijdens transport binnen grenzen moet blijven en dat dit aantoonbaar moet zijn, met geschikte voertuigen en meetapparatuur die minstens één keer per jaar wordt gekalibreerd. Voor Nord-Cargo leverden wij twee voor GDP-transport ingerichte en gemapte Lamberet Greenliner-opleggers, één mono-temp en één multi-temp, beide FRC. Bij het mappen is de temperatuur in drie zones van de laadruimte in kaart gebracht. Gekalibreerde sensoren op vaste posities registreren de temperatuur, en een luchtcirculatiesysteem verdeelt de koude lucht door de laadruimte.

Wat bepaalt de prijs van een koelvries carrosserie?

Omdat elke opbouw maatwerk is, verschillen de kosten per situatie. Deze keuzes bepalen de prijs:

  • het opbouwtype en de afmetingen: bakwagen, oplegger of bestelwagenkit, en de inwendige lengte, breedte en hoogte;
  • de isolatieklasse en de paneelopbouw die daarvoor nodig is;
  • de koelmachine, of die mono-temp of multi-temp moet werken, en of er temperatuurregistratie bij hoort;
  • het aantal en het type deuren: achterdeuren, roldeur, zijdeuren;
  • laad- en lossystemen zoals rollenbanen, kettingbanen of een tweede laadvloer;
  • de laadklep, in onderschuivende of achtersluitende uitvoering;
  • voor farmaceutisch transport: de inrichting en het mappen voor GDP.

Wij denken graag met u mee over welke van deze punten voor uw ritten echt nodig zijn en welke u kunt laten vervallen.

Naar overzicht